Over liefde en lust in de late middeleeuwen, door Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse
letterkunde

Eeuwenlang hield de kerk het lichaam gevangen. Het huwelijk diende alleen voor de voortplanting en het dempen van lusten en genot was uit den boze. Maar beschikte het lichaam niet over een seksuele uitrusting die vanzelf genot ontstak?
En vormde het sensuele Hooglied niet de handleiding daarvoor?  Aards genieten mocht van de Bijbel. In de late Middeleeuwen was literatuur het aangewezen proefstation voor het rechtvaardigingen daarvan. Zonder dat de auteur zich
blootgaf konden allerlei standpunten ingenomen worden. Onder het mom van morele verontwaardiging projecteerde men woeste seks op karikaturale boeren. Schande!

Maar ondertussen.
Rond 1500 waren zulke omwegen niet meer nodig. In stedelijke kringen schiepen rederijkers een moderne literatuur die genotvolle seks ronduit verheerlijkte. Het is bijna schokkend om te lezen hoe deze vrijwel onbekende teksten gedetailleerde vuilbekkerij in artistieke vormen weten te gieten. De seksuele vrij wording leerde ook dat aanranden en verkrachten tot de hogere minnekunst behoorden. Was dat niet wat vrouwen eigenlijk wilden?

Daarop volgde een repressie gedurende de zestiende eeuw. De katholieke kerk verbood uitbeeldingen van Maria’s blote borsten, de Hervorming dwong genot weer in het gelid van de voortplanting en verkrachting werd serieus vervolgd.

Verlopen alle seksuele revoluties dan op dezelfde manier?